Figurant ervaringen

Als we in Zuid-Limburg op zoek zijn naar de locaties, komen we vaak mensen tegen die de opnames zelf hebben meegemaakt. De verhalen daarachter zijn vaak erg interessant om te weten. Kijk voor herinneringen van mensen van de opnamelocaties hier

De tekst die een link inhouden, bevatten een foto.

Figurant Peter

Peter is destijds als student betrokken geweest bij de opnames en had veel van de opnames bewaard. Naast callsheets, ook het volledige originele script van de serie en foto's van opname week 1 (dorpslocatie). Van dag 1 t/m 4. De foto's heeft hij tussen het werk door moeten maken dus het zijn er niet zo veel. Het is van de locatie van het dorp (Veurs). Eén daarvan is ene grappige foto waarbij de schout op zijn 'paard' zit in de regen met een paraplu.

 

De herinneringen van figurant Fred (onder constructie)

Destijds was ik figurant, en had de rol van bokkerijder (ik had lang haar, dat gaf vermoedelijk de doorslag). Ook als ik niet hoefde te figureren, ging ik vaak naar de opnamelocaties, om foto's te maken. (ik meen me te herinneren dat de locatie 'buiten de mijnen', waarnaar jullie op zoek zijn, ergens in Schin op Geul was; daar kregen wij ook een oefening in stokvechten (of houten zwaarden, dat kan ook). Over locaties: ik heb niet gekeken of het op jullie site genoemd wordt, maar de plek waar Geraerts (Bert Luppes) bloemen legt op het graf van zijn vrouw, is bij een vakwerkhuisje in het Zuid-Limburgse Kuttingen.

Ik heb vrij veel foto's (uiteraard niet digitaal), ook van de Duitse locatiefotograaf Jörg von den Steinen; ook hield ik een bescheiden dagboek bij van de data waarop ik betrokken of aanwezig was bij de opnamen (onder meer in Veurs, Montzen, Nijswiller en Val-Dieu). Destijds vond ik het zeer indrukwekkend om van nabij te zien hoe zo'n historische jeugdserie werd gemaakt.

Destijds, al tijdens de draaidagen, had ik de mooiste foto’s in drie mapjes gestopt en nam die mee naar de set om ze aan mijn medefiguranten te tonen en ze de gelegenheid te geven foto’s na te bestellen. Zelfs Bernadette Corstens, de kledingontwerpster, bestelde er een redelijk aantal, om de kleding te documenteren.

Tegen het einde van de draaisessies, vermoedelijk laat september, begin oktober, was er ook onenigheid in de crew. Ik geloof dat er erg veel van de mensen werd geëist en er was dacht ik ook gedonder over betalingen. Een deel van de crew was toen al afgehaakt. De harde kern, onder meer cameraman Fred Tammes, Karst van der Meulen zelf natuurlijk, de producent (Pieter?) en een aantal anderen, zetten door tot het eind.
De locatie in Houthem was meer precies vlak bij Château St. Gerlach. Dat kasteel lag er toen nog vervallen bij en niet veel later toverde Camille Oostwegel het om tot een toplocatie.
De foto’s zijn alle gemaakt tijdens repetities. Tijdens het filmen mocht er niet gefotografeerd worden, begrijpelijk.

 

Een Hongaarse acteur


Bij kasteel Montzen ben ik twee keer geweest: een keer om overdag te figureren, en een keer (waarschijnlijk de daaropvolgende dag, misschien enkele dagen later) bij de nachtopname waarbij Lennert de gracht moest overzwemmen. Op een van de foto’s heb ik de datum genoteerd, dus met zekerheid zijn de dagopnamen te dateren op 28 augustus. Let ook op de figurant met de zeer zware baard. Hij was een Hongaar of iets dergelijks en sprak geen woord Nederlands. Geen idee waar ze hem vandaan hadden. De man met die mooie witte baard vond ik een markante figuur, hij heette Henk. De mooie zigeunerin van middelbare leeftijd die je op enkele foto’s ziet, was de vrouw van een huisarts uit Geleen.
 

Joost Prinsen en anderen


Joost Prinsen was tijdens de opnamen overigens een erg sympathieke man. Hij kwam als enige acteur gewoon tussen de figuranten aan de schraagtafels zitten lunchen. Erg leuk. Als figurant kreeg je destijds van Belbo Productions 80 gulden en als je met de auto was 100 gulden. Leuk bijverdiend. Uiteraard zei iedereen dat ie met de auto was. Van castingbureau 2Tact uit Maastricht herinner ik me nog Jefte Lutgerink, die altijd erg aardig was, en die ook vanwege haar leuke uiterlijk niet te klagen had over aandacht van ons Bokkerijders. Van de productiemaatschappij weet ik nog de naam van Julika, die altijd heel vriendelijk de datum en locatie van de volgende opnamesessie doorgaf, ook als je niet hoefde te figureren en ook toen de producenten een beetje genoeg begonnen te krijgen van de vele kijkers op de set.

Ook herinner ik me die mooie markante edelfigurant die de buurman van Kremers speelt. Hij kwam uit Maastricht. Op jullie site, of in jullie forum, zag ik ook dat jullie je afvroegen waar en wanneer de scène in het bos is waar Henry le Griot Anna ontmoet. Ook dat is in Nijswiller, aan de bosrand, op 6 augustus 1993.
Ten slotte heb ik nog de foto’s die ik toen bij Jörg von den Steinen, iemand van de ZDF-afdeling, en die verantwoordelijk was voor foto’s ‘behind the scenes’, besteld heb.
 

Val Dieu met plastic voedsel

 
In Val-Dieu was ik weliswaar als figurant aanwezig, maar blijkbaar heb ik die avond geen foto’s gemaakt. Jammer. Dat was de avond dat de scène in de kamer van de kanunnik aan zijn overvloedige etensmaal werd opgenomen. Ik herinner me nog de tamelijk goed zichtbare nep plastic kippen, appels en ander voedsel op die tafel. Die opname werd overigens geleid door een Belgische assistent-regisseur genaamd Arno. Ik maakte hem tijdens de opnamen nog attent op een continuïteitsfout van een Bokkerijder die in een iets eerder opgenomen scène zijn wapen links vasthield, en die dat in de later opgenomen scène – die in de montage moest volgen op die eerdere – het wapen rechts vasthield. Ach ja.
 

Boerderij in brand steken Veurs

Op de foto’s zie je heel goed dat de vakwerkhuisjes in werkelijkheid helemaal geen vakwerkhuisjes zijn! De steunbalken zijn gewoon planken, en ze zijn samen met het pleisterwerk gewoon tegen de gevel aan bevestigd, over de bakstenen heen! Bijna alle foto’s zijn gemaakt aan de voorkant, d.w.z. de kant waar de opnamen plaatsvonden.

Bij die 'in-brand-steek-scène' was ikzelf ook aanwezig. Of dat nu in de avond van 5 augustus was, of de dag erop, vrijdag 6, of zaterdag 7 augustus, durf ik niet te zeggen. Dat moet blijken uit mijn aantekeningen. Via een landweggetje moesten wij Bokkerijders gemaskerd en met brandende fakkels in de hand richting hoeve lopen en bij het naderen ervan spookachtige geluiden maken. Dat is ook duidelijk te horen in de serie. Hoooo-whhooooh-hooooo!!! Op het moment dat de groep zich opsplitste, om hetzij aan de voorkant van het huis, hetzij aan de achterkant, fakkels naar binnen te werpen (door raamvensters waarin natuurlijk geen glas zat), raapten crewleden in het huis de fakkels op en doofden ze, en onzichtbaar opgesteld achter de ramen ontvlamden branders op gas die de indruk wekten dat er gordijnen en meubilair onmiddellijk in de fik vlogen.
 

Beschrijving Nijswiller


Goed—Nijswiller op 6 augustus dus. Ik bedenk me nu dat ik die dag op de bonnefooi naar Nijswiller ben gereden waar aan de rand van het bos de opnamen waren waarin o.a. de pastoor uit de rieten korf tevoorschijn komt, gedragen door Bert Luppes en Han Oldigs. Acte de présence gaven daar Bert Luppes, Han Oldigs, en verder Freark Smink (Henry le Griot), de stand-in van de Zwarte Kapitein, Hugo Metsers, Fidesse Hunter en Arthur Brauss. Geen idee of je heel bekend bent bij het Nijswillerbos, maar ik herinner me nog de smalle geasfalteerde weg die heuvelop richting bos leidt; op de hoofdweg tussen Vaals en de richting Heerlen, dus de weg die vrij steil bergop resp. bergaf gaat, had je ergens halverwege een mogelijkheid af te slaan, zodat je op dat smalle weggetje kwam, dat min of meer parallel aan de hoofdweg liep. Laten we zeggen dat je bergaf op de hoofdweg rijdt, dan sla je ergens – met in de verte de T-splitsing waarop je linksaf de Vaalserberg op rijdt (de doorgaande weg dus waar verderop halfverscholen in de bossen links Abdij St. Benedictusberg ligt) – linksaf, waarna je weer terug heuvelop rijdt over dat smalle weggetje waarover ik het net had, en dat dichter bij het bos wellicht op een punt onverhard werd; op dat smalle weggetje stonden alle auto’s en busjes van cast en crew geparkeerd, achter elkaar, enkele honderden meters lang. Veel herinner ik me er niet van.
 
Op die korenveldscènes van 11 augustus waren zo te zien aanwezig: Rineke Koek, Leslie de Gruyter, Lennert en Philip, (edel)figuranten (denk aan die mooie markante man uit Maastricht – de buurman van Kremers, maar die had daar op de akker waarschijnlijk geen tekst, al was hij dan ook edelfigurant).

Bij welke gelegenheid het was weet ik niet zeker, maar ik vermoed op 11 augustus, bij de opnamen van de korenveldscènes, maar op dat smalle toegangsweggetje werd in onze nabijheid een crewlid die we al enkele keren hadden ontmoet, door iemand van de productie berispt. Hij had duidelijk iets gedaan wat niet door de beugel kon. Hij droeg bijna altijd een felgekleurde zakdoek op zijn hoofd, zoals bikers ook vaak hebben. Na die dag, of in elk geval vlak daarna, was hij van het toneel verdwenen. Wat zijn rol was weet ik niet, maar op voorgaande dagen had hij met name de figuranten begeleid. Ik wil met dit verhaal maar aangeven dat wij figuranten dat crewlid al eerder hadden leren kennen, en dat het aannemelijk is dat wij Bokkerijders in Veurs zelfs al in de eerste dagen van augustus, dus vóór 5 augustus, in actie waren gekomen.
 

Crew


Op foto Nijswiller 20 zie je het crewlid met kort krullend haar en bril. Hij heette (dacht ik) Robbert en was altijd in de buurt van de camera. Assistent-DOP of focus puller, denk ik. Hij keek ook altijd na een opname met een lampje in de lens van de camera om te kijken of er geen haartjes en stof aan de rand van het kader zaten, de zogeheten ‘gate check’. Op foto Nijswiller 06 en 08 zie je met blauw t-shirt de geluidsman, Hugo de Vries als ik me goed herinner. Hij vertelde me eens dat hij van origine helemaal geen geluidsman was, maar dit er zo’n beetje ‘bij’ deed. Iets van die strekking. Het meisje met rood geblokte jas op foto’s Nijswiller 06 en 09 sprak Frans, om te kunnen converseren met de stand-in, die alleen Frans sprak.
 

Bijeenkomst bokkerijders

 
Dit was een mooie avond, want we woonden een geheime bijeenkomst van de Bokkerijders bij, verzameld rond het altaar met de dode hand. De Bokkerijders op deze foto’s zijn bijna allemaal figuranten, naast de bekende acteurs natuurlijk. Er waren ook enkele edelfiguranten bij, die een of twee woorden mochten zeggen, of een zinnetje. Een van die edelfiguranten was bijvoorbeeld de zittende man rechts op foto Houthem 08, waarop Guus Dam nog even zijn tekst doorneemt. Op foto Houthem 15 staat Han Oldigs te roken. Het kwam vaker voor dat hij van een van de rokers even een joint aannam, om een haal te nemen. Wietlucht op de set van de Bokkerijders! Ook die avond moesten we veel wachten, voor we (vrij kort) in actie konden komen. Gene Bervoets kwam wel zeer sympathiek op me over, met zijn beminnelijke gelaatsuitdrukking. Altijd heel relaxed.

Waarom deze jongeman (gefotografeerd in Leuven) zich in de kleren van de kanunnik heeft gehesen, geen idee.
 

Kaakslag oefenen


Een herinnering van een dag in Montzen. In een van de stallen moesten we oefenen in een kaakslag uitdelen. Wij bokkerijders moesten namelijk de rakkers verschalken, want het was onze taak om in het kasteel binnen te dringen om met de Zwarte Kapitein, Martien te helpen bevrijden. Dit gaat vooraf aan de scène waarin (de stand-in/stuntman van) Joost Prinsen uit de toren springt. Goed—die kaakslag dus: we moesten de linkerarm gestrekt houden en met de hand de kin van de tegenstander vastpakken. Dat gaf een goede indicatie om met de rechterarm een mep te geven, die door de juiste afstand vlak voor de kin van de ander sloeg. Dat ging heel soms wel eens mis en dan mepte je iemand een pijnlijke kaak! In de montage hebben ze het geluid van de klap aangedikt, en je hoort een echte filmklets. Beetje nep.
 

Lei springt van de toren af


Bij die sprong van Lei uit de toren werd uiteraard een stuntman ingezet. In de gracht dreef een enorme opblaasbodem, waarop de stuntman (stand-in voor de Zwarte Kapitein) terechtkwam. Bij de scène die in de serie daarop volgt, de val van de Heer van Roden in het water, werden twee simultaan draaiende camera’s gebruikt, beide in tegenovergestelde richting opgesteld. Ofwel om gevarieerde tegenshots te krijgen, ofwel omdat de scène er in één keer goed op moest staan – de kleding werd namelijk nat, en opnieuw filmen zou niet zo makkelijk gaan. De val in het water gebeurde links van de oprijbrug, het drijvende ding waar de stuntman vanuit de toren op sprong, lag rechts van de brug.
 

 

De stand-in van Martien

Of de stand-in (van de Zwarte Kapitein) te paard ook de stuntman was, durf ik niet te zeggen. Zo goed heb ik daar niet op gelet destijds. Wel herinner ik me (ook in reactie op je vraag van vanochtend) dat er ook een jonge stuntman was (klein van stuk) met de kleren van Lennert aan, bij die sprong uit de toren in Montzen. Ja, de naam Richard Wagner herinner ik me, maar of Richard nu de stand-in was of de stuntman, of misschien allebei—geen idee. Ik weet alleen dat de stand-in te paard alleen Frans sprak.

Crew

Op foto Veurs 13 zit een van de setdressers op de wagen. Hij had lang haar en droeg dat altijd in een paardenstaart. Hij was geloof ik een zwijgzaam type en was er altijd, en was altijd bezig met timmer- en andere werkzaamheden. Nu ik de foto’s van Veurs terugkijk, geloof ik dat hij Maarten heette. Kijk eens goed naar foto Veurs 07-5 augustus 1993: boven de deur in het midden hangt een bordje met zijn naam. Een grapje op de set welllicht. Ik had echt bewondering voor de vindingrijkheid van die setdressers. Ze wisten van niets toch altijd iets te maken. Wie de zwartbesmeurde man naast hem is weet ik niet. Het karrenspoor waar ze overheen rijden is trouwens het pad waar wij als Bokkerijders overheen liepen bij de nachtelijke overval op de hoeve.
 
Op Veurs 14 staat Fidesse bij een stok op de grond. Of dat hier het geval is weet ik niet, maar vaak markeerden stokken, of gekleurde canvas zakjes met zand erin de plaats waarop een acteur binnen de camerascherpte stond, of het punt waarop ze ‘in de actie moesten stappen’.

Bemelen opnames

De setdressers hebben echt mooi werk verricht tijdens de draaidagen! Een van hen was Taco (rode pet, tuinpak, knielend). Hij kreeg tijdens de opnamen verkering met het blonde meisje met kortgeknipt koppie die de make-up deed. Zij heette dacht ik Nikki. (Je ziet haar in de B-categorie foto’s bij Nijswiller waar ze bezig zijn met de Franstalige stand-in van de Zwarte Kapitein. Ook staat ze geloof ik voor een deel op de foto waar ik geschminkt word. En op foto Veurs 08 uit de fotoreeks van Jörg). Op de voorgrond van Bemelen 02, ook met pet, staat Bart Leestemaker, een nogal strenge, strikte man, die het reilen en zeilen op de set, altijd gewapend met walkietalkie, met arendsogen in de gaten hield. Hij gaf ook vaak een sein als er figuranten in het kader stonden, of als iets (wat dan ook) niet perfect in orde was. Het rokende meisje naast hem is van de make-up (zij schminkt mij op die ene foto) en helemaal rechts is Arno, de Belgische regie-assistent, die in Bemelen eveneens een deel van de scènes regisseerde.
 
Daar in Bemelen waren (minstens) twee draaidagen. De eerste dag dat ik erheen moest, reed ik met de al eerder genoemde Tony mee in zijn auto erheen. De dag erna, of in elk geval vlak daarna (er kunnen best een of twee dagen tussen zitten, maar dat weet ik niet uit mijn hoofd) moest ik weer opdraven, naar Bemelen dus, voor de scène met de galg, en die dag had ik me verslapen en was al te laat om nog op tijd te komen. Ik was toen niet zo geordend als nu (ahem) en liet het er maar bij zitten en ging helemaal niet naar de set. Wie zal mij nou missen, dacht ik. Op mijn afwezigheid werd ik later toch nog aangesproken door iemand van de productie. Daar waren ze niet blij mee, iemand anders had mijn kleding aangetrokken en zijn plaats ingenomen in de groep toeschouwers die naar de galg staat te kijken. Jammer, die dag had ik ook foto’s kunnen maken. Zonde. Daarna ben ik altijd strikt op tijd naar de opnamen gegaan...

Tijdens de eerste dag in Bemelen, waar ik dus wel aanwezig was, herinner ik me een meisje in mooie boerenkleding, je kent het wel, leuk wit bloesje met pofmouwtjes, decolleté met kanten rouches. Ze had heel grote ogen en mooi, dik donkerbruin haar dat samengebonden was in een dikke streng, een vlecht. Bij de repetities, toen de drie bokkerijders zouden worden opgehangen, dus vlak voor de Zwarte Kapitein de pijl op de touwen afvuurde, slaakte dat meisje een ijselijke kreet. Karst van der Meulen kwam op haar af met een paar anderen en vroeg haar dat nog eens te doen. Ze gaf een paar keer nog zo’n kreet ten beste en voor zover ik weet, deed ze dat vervolgens ook tijdens de daadwerkelijke opname. Of die gil ook in de montage is gebleven, weet ik niet, maar dat zul je ongetwijfeld gaan checken!

Val Dieu opnames

Ik was aanwezig als figurant bij de scènes van de inval van de Bokkerijders in de kamer van de kanunnik. Ik weet nog dat Huib Broos toen tegen de edelfigurant-monnik (Mark Ram) schreeuwde: ‘Jozuaaaaaaaahhhh!’ Ook de klok met zijn geheime gouden gewichten hing op die locatie aan de muur en werd gefilmd.
 
In mijn herinnering werd er vrij laat in Val-Dieu gefilmd. Met laat bedoel ik dan ergens in september. Op die locatie projecteer ik in mijn herinnering ook de onenigheid in de crew en het afhaken van leden daarvan. Een van de producenten (een intelligent uitziende bebrilde jongeman genaamd Pieter*) vroeg me daar ook wat ik toch altijd op de set deed, of ik soms van een of ander blad was, of van tv. Ik voelde wel aan dat ik niet heel erg gewenst was en ben daarna misschien nog één keer naar een set gegaan (het figureren was toen al afgelopen), maar het kan ook zijn dat ik daarna afgeschrikt was en vervolgens nooit meer naar de set ben gegaan.

Op deze foto zie je Jörg von den Steinen. Erg vriendelijke, aardige man. Zoals je in de brief kunt lezen, heeft hij duizenden foto’s nabesteld en gerangschikt voor ons figuranten. Links zie je volgens mij ook het jongetje in ‘stedelingen’kledij (zo heette dat op de set: er was een onderverdeling qua figuranten in bokkerijders, stedelingen, boeren en mijnwerkers) dat een rolletje had als mijnwerkersjongen Freekje. Klopt dat? Aan die laaghangende pony te zien wel. De jongen met lang haar die recht in de lens kijkt, heette van achternaam Lataster (net even opgezocht op imdb.com > hij heet dus Richard Lataster). Hij was een edelfigurant (bokkerijder).

Als ik me niet vergis waren er twee van die beelden (van de bok), één reserve voor als iets misging.

Aanmelden als figurant

Hoe het allemaal begon. In onze regionale krant De Limburger stond een advertentietje, of beter gezegd een oproep, van 2Tact in Maastricht dat ze mensen zochten die wilden figureren in een nog op te nemen tv-serie over de bokkerijders. Ik reageerde erop, stuurde een pasfoto mee en werd opgebeld. Het is waarschijnlijk dat Jefte Lutgerink me belde, of Ruth Postel, die laatste werkt er nog steeds, zag ik deze week op internet. Verplaats je vooral ook even in die tijd: mobiele telefoons waren er niet, dus als je naar een opnamelocatie reed, moest je goed voorbereid zijn. Een callsheet of een indicatie van de plaats door de productieafdeling verstrekt was dan onontbeerlijk. Van tevoren op Google Earth kijken was uiteraard ook niet aan de orde. De goede oude landkaart deed wonderen, daar kunnen we tegenwoordig nog wat van leren. Als tegenwoordig de stroom uitvalt, zijn we hulpeloos. Op een dag moest ik dan ter kennismaking naar de productiebasis in Vaals. Veel daarvan herinner ik me niet. Op die ene foto zie je al dat het vanbinnen een witgepleisterde ruimte was, met balken. Voor dergelijke ondernemingen zullen ze wel een leegstaande school hebben gehuurd, of een verkennershoofdkwartier, who knows. Ik ben niet bekend in Vaals dus ik weet totaal niet waar ik toen naartoe gereden ben. Het enige dat ik weet is dat ik de Vaalserberg op moest, waar ik het al eerder over had, die weg bergop met de abdij in de bossen aan de linkerzijde. Wel weet ik nog dat er heel veel verrijdbare kledingrekken waren, met diverse soorten toneelkleding. Volgens mij werd ook iedere figurant vooraf ‘gescreend’. Je moest plaatsnemen op een stoel tegenover een tafel waar iemand van het castingbureau en/of de productie zat. Die beoordeelden je uiterlijk en deelden je in bij een figurantenrol. Ik kreeg een bokkerijderskledingset. Je vroeg of ik iets van mijn kleding mocht houden. Nee dus, het kwam ook niet in me op om dat te vragen. Al was het allemaal gerafeld, het was toneelkleding en het te willen hebben kwam niet in me op.
 
Als je dan de routeaanduiding had ontvangen, ging je op pad. Veelal was een auto noodzakelijk, want de trein stopte niet op de landschappelijke locaties waar wij moesten zijn. (Hoewel Veurs een uitzondering zou kunnen zijn, maar daarheen ben ik met de auto gegaan.) Was je eenmaal in de plaats van bestemming, of gewoon in de buurt, dan vond je de weg ook door de bordjes met Belbo Productions te volgen die hier en daar waren bevestigd aan verkeersborden o.i.d. De argeloze voorbijganger had geen benul wat dat betekende, maar wij wisten dat daar de actie was!
 
Een andere locatie waarover ik het nog niet heb gehad, zijn de grotten van Berg en Terblijt. Daar speelden zich de scènes af waarbij de Zwarte Kapitein het goud onder zijn trouwe aanhang verdeelt. Ik denk dat het de laatste aflevering was, en daarin werden wij trouwe figuranten beloond met het ongemaskerd voor de camera mogen verschijnen. Ik zit er ook bij.

Een herinnering aan een rustpauze tussen de opnamen door. Director of Photography Fred Tammes zocht vaak de rust op tussen de opnamen. Hij maakte een vriendelijke, maar wel zeer geconcentreerde indruk. Vaak ging hij ergens op een muurtje, of ander horizontaal vlak, even een ‘power nap’ houden. Eventjes de ogen sluiten en uitrusten. Tegen de zon droeg hij ook vaak zo’n zonnehoedje, met een overal even brede rand.

Andere herinnering aan Fred Tammes: een jong knulletje sprak hem aan en vroeg hem waar je dat kon leren – cameraman. Fred antwoordde op serieuze, maar welwillende toon dat een optie was om naar St. Lucas in Boxtel te gaan (misschien had hijzelf daar ook gestudeerd). Ik herinner me die opleiding omdat ik iemand kende die daar ook had gestudeerd. Hoewel St. Lucas in de jaren negentig een vrij algemene opleiding was op het gebied van de (toegepaste) kunsten, dunkt mij dat Tammes misschien beter de Filmacademie had kunnen aanraden.

Mijninstorting
Bij de scènes waarbij de mijn instort was ik ook aanwezig. Niet als figurant maar als fotograaf. Slechts twee foto’s heb ik van deze scène gemaakt. Kan me bijna niet voorstellen dat ik er niet meer heb gemaakt.