In het licht van de kaars

De boerderijbewoners hebben zich goed op de overval van de bokkerijders voorbereid. Alle fakkels kunnen gedoofd worden. Alleen Van Brakel houdt zich niet aan de bevelen van de zwarte kapitein. Hij gooit een fakkel in de kamer van Lotteke. Martien kan zijn zusje op het laatste moment uit de vlammen redden. Hij verteld zijn vader dat hij het goud heeft gestolen. De zwarte kapitein gaat samen met Geraerts en Theo op zoek naar Lei. In de omgeving van de mergelgrotten, waar Geraerts Martien de dag ervoor uit het oog verloor, vinden ze Lei zijn schuilplek. Daar ontdekken ze een gouden bok. Als ze zich verheugen over hun vondst, staat Van Brakel voor hun. Hij heeft de schout en zijn rakkers meegenomen. De zwarte kapitein vlucht de grotten in. Geraerts, Theo en ook Van Brakel worden als bokkerijders vastgenomen.