Ontsnapt aan de galg

Als de schout Martien verhoord, doet hij net alsof hij gek is geworden. Ondertussen bereidt de zwarte kapitein met zijn mannen het plan voor om Martien te bevrijden. De bokkerijders hebben de taak om de rakkers uit te schakelen. Op dat moment komen de landheer en de hoge heer bij het kasteel aan. Als de schout hun begroet, merkt hij dat er iets niet in orde is. De zwarte kapitein is ondertussen bij Martien zijn kerker aangekomen, waar hij Lei ontmoet. Ze krijgen echter het slot niet open. Als ze het willen opgeven, smelt voor hun ogen het slot weg. Wolf heeft Martien het koningswaters gegeven. Buiten ontdekt de schout de overvallen rakkers. Hij laat het slot omsingelen. Binnen verteld Lei dat hij de vorige zwarte kapitein was.
Om Kirchoffs en Martien te redden, gaat Lei op de toren van het kasteel staan en doet zich voor als de zwarte kapitein. Als de rakkers allemaal aan de voorkant van het gebouw zijn, kunnen Martien en Kirchoffs via de gracht ontsnappen. Lei springt zichzelf te pletter.
De zwarte kapitein overvalt nog een keer de kanunnik en haalt daar het goud onder de klok op.
Met dit goud kan de zwarte kapitein zijn mannen betalen en Martien krijgt een deel om samen met Lotteke en de pastoor naar de witte bergen te gaan, samen met de zigeuners.